AEX voor het eerst boven 1.100 punten
(ABM FN-Dow Jones) De Amsterdamse beurs wist afgelopen week voor het eerst boven de 1.100 punten te stijgen, onder meer dankzij sterke cijfers en een outlookverhoging van ASML.
De AEX eindigde vrijdag op 1.091,97 punten. Vorige week vrijdag sloot de hoofdindex in Amsterdam op ruim 1.084 punten, wat betekende dat de index met 0,7 procent is gestegen.
De olieprijzen stegen afgelopen week flink, terwijl het conflict tussen de Verenigde Staten en Iran verder escaleerde en de Amerikanen besloten om de marineblokkade voor Iraanse havens in de Straat van Hormuz weer in te stellen. Even dreigde president Trump zelfs met tolheffingen van 20 procent, maar dat plan werd al snel weer ingetrokken.
"De terugkeer van de Amerikaanse blokkade heeft een veel grotere impact op de markten dan de eerdere opschorting van de ontheffing op sancties tegen Iraanse olie", aldus ING. Het staakt-het-vuren lijkt nu definitief van de baan, volgens de bank.
Reuters meldde afgelopen week ook dat Iran de Houthi-rebellen in Jemen heeft gevraagd paraat te staan om de olieroute via de Rode Zee te sluiten als de VS Iraanse energie-infrastructuur aanvallen.
Het cijferseizoen trapte traditioneel af met de resultaten van de grote Amerikaanse banken. Het beeld was vrijwel overal hetzelfde: de inkomsten stegen en de stroppenpot, oftewel de voorzieningen voor slechte leningen, hoefde minder te worden aangevuld. Netflix stelde vooral met de omzet en de outlook teleur.
CEO Jamie Dimon van JPMorgan wees op "bijzonder gunstige omstandigheden", met een drukke financiële markt.
De Amerikaanse economie was dit jaar "erg veerkrachtig" volgens Dimon, daarbij onder meer geholpen door de investeringen in AI, maar bijvoorbeeld ook dankzij "efficiëntere regulering".
De topman waarschuwde echter ook voor risico's, zoals op geopolitiek vlak en de "hardnekkige" inflatie. Verder kampen veel overheden met begrotingstekorten en zijn beleggingen stevig geprijsd. Hoe dit afloopt is volgens Dimon lastig te voorspellen.
Analisten verwachten intussen dat de winst van bedrijven in de S&P 500 in het tweede kwartaal met gemiddeld 24 procent is gestegen, een tempo dat alleen werd overtroffen tijdens de herstelperiodes na zware recessies.
Vrijdag stonden de halfgeleideraandelen opnieuw stevig onder druk. Beleggers twijfelen volgens analist Justin Blekemolen van Lynx steeds meer of de sterk oplopende investeringen in AI-infrastructuur wel voldoende rendement zullen opleveren.
Mogelijk dat een Chinese doorbraak van AI-startup Moonshot bijdroeg aan de koersdruk. Als het nieuwe Kimi K3 model inderdaad zo succesvol is als de maker zegt, dan zouden partijen kunnen kiezen voor dit model en niet voor die van Anthropic en OpenAI, waardoor deze bedrijven hun investeringen wellicht temperen, wat gevolgen zal hebben voor de orders voor de toeleveranceirs van chipfabrikanten.
Inflatie VS koelt flink af
Veel aandacht ging afgelopen week ook uit naar inflatiecijfers uit de VS. De Amerikaanse consumentenprijzen stegen in juni op jaarbasis met 3,5 procent, tegenover een inflatie van 4,2 procent in mei. Dat de prijzen afkoelden was vooral te danken aan de lagere energieprijzen.
Maar die zouden volgens Bernard Keppenne van CBC Banque weer op kunnen lopen, gezien de actualiteit in het Midden-Oosten, en dus "bieden deze cijfers geen enkele troost", meent de econoom.
Op maandbasis daalden de consumentenprijzen met 0,4 procent. Het was de eerste daling sinds de coronapandemie in 2020. De kerninflatie kwam in juni uit op 2,6 procent, tegenover 2,9 procent in mei. Op maandbasis bleven de kernprijzen gelijk.
Daarmee nam de verwachting voor een renteverhoging door de Fed wel af, hoewel voorzitter Kevin Warsh afgelopen week voor het Amerikaanse Congres benadrukte dat de centrale bank de inflatie onder controle zal krijgen.
"Als we ons beleid op orde krijgen, en dat krijgen we, dan is de inflatiestijging van de afgelopen vijf jaar iets uit het verleden", aldus Warsh.
De Fed en haar bestuurders zijn daarom vastberaden om de prijsstabiliteit te herstellen, beloofde hij verder; een opmerking die zou kunnen duiden op een mogelijke renteverhoging in de toekomst.
John Williams, voorzitter van de Federal Reserve van New York, zei afgelopen week in een toespraak dat er "veelbelovende redenen zijn om te verwachten dat de inflatie haar hoogtepunt heeft bereikt en in de komende kwartalen licht zal dalen".
De kans dat de Fed later deze maand de rente al zal verhogen daalde na de inflatiecijfers flink, van ruim 40 tot 13 procent, volgens CME FedWatch. De kans op een renteverhoging in september ligt momenteel rond de 51 procent. Voor oktober en december zijn die percentages wat gedaald ten opzichte van voor de inflatiecijfers.
Volgens ING liggen deze marktverwachtingen nog steeds te hoog. "Wij verwachten dat de Federal Reserve een langdurige pauze zal inlassen", aldus econoom James Knightley na de inflatiecijfers.
De Europese Centrale Bank maakt zijn rentebesluit aanstaande donderdag bekend. Tenzij er een grote verrassing komt, zal de ECB haar basisrente donderdag ongewijzigd laten, volgens HSBC, en een verhoging in september is nog geen uitgemaakte zaak, meent de Britse bank.
De euro/dollar noteerde vrijdag op 1,1440.