Beursblik: kredietrisico en beloningen drukken winst ABN AMRO
(ABM FN-Dow Jones) ABN AMRO zal in het eerste kwartaal van 2026 naar verwachting minder winst hebben geboekt dan een jaar eerder, door hogere voorzieningen voor oninbare leningen en stijgende kosten. Dit blijkt uit een consensusverwachting van analisten, gepubliceerd door de bank.
De analisten zien de winst dalen van 619 miljoen naar 569 miljoen euro. Wanneer de couponbetalingen aan AT1-obligatiehouders worden afgetrokken blijft er voor de aandeelhouders 521 miljoen euro over, tegen 568 miljoen euro een jaar eerder.
De operationele inkomsten stegen naar verwachting van 2,15 naar 2,28 miljard euro. Vooral de fee-inkomsten worden hoger ingeschat, met een stijging van 507 miljoen naar 580 miljoen euro. De rentebaten stegen ook licht, van 1,56 naar 1,58 miljard euro, en ook de overige inkomsten zouden iets hoger moeten uitvallen.
De rentemarge zou nagenoeg gelijk zijn, met 155 basispunten, tegen 154 een jaar eerder.
Aan de kostenkant houdt de consensusverwachting rekening met een voorziening voor oninbare leningen van 71 miljoen euro, of 11 basispunten van de risicogewogen balans, terwijl dat een jaar eerder een verwaarloosbaar bedrag van 5 miljoen euro was.
Afgezien van deze fluctuerende risicokosten, zijn de operationele kosten naar verwachting gestegen van 1,31 miljard naar 1,43 miljard euro, deels door een toename van de personeelskosten met iets meer dan 50 miljoen euro, van 725 miljoen tot 778 miljoen euro. Dit gaat doorgaans om hogere beloningen.
Zo zal de verhouding tussen kosten en inkomsten zijn opgelopen van 61,0 procent naar 62,8 procent.
De kernkapitaalratio zou moeten uitkomen op 15,5 procent, denken de analisten.
Over 2026 zei ABN AMRO bij de cijfers over 2025 in februari dat het op circa 6,4 miljard euro aan rentebaten rekent. De kosten zullen grofweg 5,6 miljard euro bedragen.
ABN AMRO publiceert de kwartaalcijfers woensdag voorbeurs.