AEX blijft voorzichtig terwijl oorlog voortduurt
(ABM FN-Dow Jones) De Amsterdamse beurs is afgelopen week licht gedaald, terwijl de oorlog in het Midden-Oosten voortduurde.
De AEX sloot richting het weekend af op iets minder dan 1.021 punten en verloor zo op weekbasis licht terrein. Vorige week vrijdag sloot de hoofdindex in Amsterdam op ongeveer 1.024 punten.
Hoewel het staakt-het-vuren met Iran afgelopen week voor onbepaalde tijd werd verlengd door de Amerikaanse president Donald Trump, blijven de spanningen hoog en de Straat van Hormuz gesloten.
Trump zei donderdag nog dat hij zich niet laat opjagen om de oorlog te beëindigen. Wel kondigde de president donderdagavond laat een verlenging aan van het bestand tussen Israël en Libanon.
Verder is de Straat van Hormuz volgens de president "potdicht" en gaf hij de Amerikaanse marine afgelopen week opdracht om elke boot die mijnen in de zeestraat legt, te vernietigen.
In de afgelopen dagen werd duidelijk dat het nog altijd vrijwel onmogelijk is voor schepen om door de Straat van Hormuz te varen, door Iraanse aanvallen en Amerikaanse tegenacties.
Wel waren er vrijdag geluiden dat de partijen weer om tafel zouden gaan in Pakistan. Inmiddels is duidelijk dat het gaat om indirecte gesprekken tussen de landen dit weekend.
Volgens Bank of America verwachten beleggers nog steeds "kortstondige verstoringen", maar ook een "veerkrachtige wereldwijde groei en een markt die bereid is om eventuele macro-economische zwakte op korte termijn te negeren", aldus de Amerikaanse bank.
Maar zolang de Straat van Hormuz gesloten blijft, blijven de olieprijzen waarschijnlijk boven de 100 dollar, aldus Commerzbank. Brent kostte vrijdag ongeveer 105 dollar en WTI 94 dollar per vat.
"Voor de markten draait het allemaal om de zeestraat en het veiligstellen van de olie-infrastructuur in de Golf. Het bombarderen en beschadigen van de olie-infrastructuur zou de olieprijzen terugsturen naar 120 dollar per vat", meent Frank Vranken van Bank Edmond de Rothschild.
Maar de financiële markten reageren tot nu toe "opvallend rustig" op de steeds hogere energieprijzen, volgens investment manager Simon Wiersma van ING. Voor nu is het glas volgens Wiersma dan ook halfvol en blijft de schade voor bedrijven nog beperkt.
"We zien nog nauwelijks neerwaartse bijstellingen van de winstgroeiverwachtingen", aldus de expert van ING, die dan ook geen reden ziet om risico van tafel te nemen, maar ook geen reden om meer risico te nemen. ING heeft een neutrale weging in aandelen.
Klik hier voor: ondanks alle onrust bieden aandelen nog kansen
Intussen houdt Wall Street aardig stand. Bernard Keppenne van CBC Banque wees op een opvallend contrast tussen de reeks records van de Amerikaanse indices en de daling van de Aziatische en Europese indices in de afgelopen dagen.
De econoom merkte op dat de vitaliteit van de Amerikaanse beurs wordt ondersteund door solide en beter dan verwachte kwartaalwinsten, "maar ook door de consumentenbestedingen die niet echt lijken te vertragen".
De kwartaalcijfers van Tesla waren afgelopen week het meest interessant, maar analisten van XTB zagen dat de toegenomen investeringen beleggers zorgen baarden. Intel wist ondertussen naar een record te stijgen dankzij sterke kwartaalcijfers en een positieve outlook.
Tesla is de eerste van de zogeheten Magnificent Seven-aandelen die de cijfers bekendmaakte. Komende week volgen onder meer Microsoft, Meta, Amazon, Alphabet en Apple.
Op macro-economisch vlak toonden de PMI-cijfers afgelopen week een krimp van de dienstensector in de eurozone, maar juist weer groei in de Amerikaanse dienstensector.
De inkoopmanagersindex voor de dienstensector in de eurozone daalde in april tot 47,4. De index voor de industrie wees juist op sterkere groei, maar de samengestelde index daalde toch naar 48,6. In maart stond deze index nog op 50,7.
Econoom Chris Williamson van S&P zei in een toelichting dat de economie in de eurozone al flink is geraakt door de oorlog in het Midden-Oosten. "Dit zorgt voor hoofdpijn bij beleidsmakers. Tekorten door problemen in de aanvoerketens dreigen de groei verder te vertragen en zal opwaartse druk geven voor de prijzen in de komende weken."
"De Europese PMI’s voor april wijzen op het risico van stagflatie, waarbij de prijsindices over de hele linie stijgen tot niveaus die sinds 2022 en 2023 niet meer zijn voorgekomen", aldus Nomura.
De inkoopmanagersindex voor de Amerikaanse dienstensector verbeterde juist van 49,8 in maart, oftewel krimp, naar 51,3 deze maand. Ook de activiteit in de industrie nam toe en zo steeg de samengestelde naar 52,0, oftewel de hoogste stand in drie maanden.
"Het herstel van de productiegroei in april is goed nieuws na de bijna-stagnatie in maart, maar de afgelopen drie maanden hebben we de zwakste productiegroei sinds begin 2024 gezien, wat volledig te wijten is aan de oorlog in het Midden-Oosten", zo waarschuwde Williamson voor al teveel optimisme.
De PMI van april komt grotendeels overeen met een economie die moeite heeft om een groei op jaarbasis van meer dan 1 procent te realiseren, volgens de econoom van S&P Global. Daarbij vormt de omvangrijke Amerikaanse dienstensector de belangrijkste remmende factor.
De prijzen voor diverse goederen en diensten stijgen in dit klimaat intussen sterk, niet alleen voor energie, aldus Williamson. "Het algemene inflatiebeeld was in vier jaar niet zo zorgwekkend".
Komende week maken de Federal Reserve, Bank of England en Europese Centrale Bank hun rentebesluiten bekend.
Het mondiale consumentenvertrouwen begint ook te lijden onder de impact van de oorlog, zo bleek afgelopen week uit verschillende enquêtes.
De euro/dollar noteerde vrijdag rond de 1,17.