Aziatische beurzen onder druk door oplopende olieprijs
(ABM FN-Dow Jones) De Aziatische beurzen koersten donderdagochtend over de brede linie in het rood. Daarbij waren de hoofdindices in Tokio, Sydney en Hongkong de grootste dalers, met verliezen tot anderhalf procent.
Op Wall Street sloot de hoofdgraadmeter S&P 500 woensdagavond fractioneel in het rood.
De oorlog in Iran duurt ondertussen voort en beleggers vrezen voor een stijgende inflatie door de oplopende olieprijzen.
Om de hoge olieprijzen te beteugelen besloot het Internationaal Energieagentschap (IEA) woensdag om 400 miljoen vaten olie vrij te geven uit de strategische olievoorraden van de ruim 30 aangesloten landen. Niet eerder werden er zoveel vaten olie vrijgegeven.
Oliehandelaren reageerden woensdag evenwel stoïcijns op het nieuws, en de Amerikaanse WTI-future en de Brent-future koersten procenten hoger.
Wat niet meehielp, was de berichtgeving van een Britse maritieme autoriteit woensdag dat drie schepen in de Straat van Hormuz zijn getroffen, waaronder een schip onder Thaise vlag dat moest evacueren. Iran zou daarnaast naar verluidt ook nog eens zeemijnen in de straat gelegd hebben.
Ongeveer 20 tot 25 procent van de wereldwijde oliehandel en een aanzienlijk deel van het vloeibare aardgas (LNG) wordt door deze zeestraat vervoerd.
Vanochtend stegen de olieprijzen scherp verder, en de Brent-future noteert inmiddels rond de 100 dollar per vat, terwijl een vay Amerikaanse WTI olie circa 94 dollar kost.
De rendementen op staatsobligaties zitten ondertussen wereldwijd in de lift, door de vrees dat de stijgende olieprijzen de inflatie zullen aanjagen, waardoor renteverlagingen minder waarschijnlijk worden.
De Europese beurzen maken zich donderdag op voor een lagere opening.