ECB-notulen: modellen blind voor risico's goedkope Chinese import
(ABM FN-Dow Jones) Goedkope import uit China geldt in de beschikbare macro-economische modellen als gunstig voor de welvaart in Europa, omdat consumenten hierdoor meer kunnen kopen, terwijl die modellen de nadelen niet zien. Dat blijkt uit de notulen van de vorige monetaire beleidsvergadering van de Europese Centrale Bank, die donderdag werden gepubliceerd.
De centrale bankiers plaatsten kanttekeningen bij het idee dat lagere invoerprijzen onomstotelijk leiden tot hogere reële inkomens en meer welvaart in Europa.
Want als de importprijzen abnormaal laag zijn en bepaalde belangrijke Europese sectoren zoals de staalindustrie daardoor verdwijnen, leidt dat tot meer marktmacht voor Chinese bedrijven en uiteindelijk mogelijk juist hogere invoerprijzen. De Amerikaanse 'Rust Belt' is een goede illustratie van die negatieve impact.
"Erkend werd dat de beschikbare modellen moeite hadden om de blijvende impact van het verdwijnen van belangrijke industrieën in kaart te brengen", aldus de notulen. Economische geschiedenis en politieke economische overwegingen moeten deze gebreken van de modellen opvangen, concludeerden de centrale bankiers.
Ook houden de modellen er onvoldoende rekening mee dat goedkope Chinese producten tot banenverlies in Europa leiden en dus een daling van het inkomen voor een deel van de Europese beroepsbevolking.
Handelsbarrières, zoals importheffingen op goederen met een lage waarde uit China, kunnen deze concurrentie verminderen, maar voor de export naar de rest van de wereld biedt dat geen soelaas.
Daarom werd gesteld dat een duurzame oplossing voor de concurrentieproblemen van de eurozone langdurige structurele hervormingen vereiste om de economie productiever te maken.
Duurdere dollar
Tijdens de vergadering was er veel aandacht voor de structurele stijging van de euro ten opzichte van de dollar sinds het tweede kwartaal van 2025. De centrale bankiers concludeerden dat het desinflatie-effect voor de eurozone na een jaar zijn hoogtepunt zou bereiken, dus in het huidige kwartaal, en dat de impact in totaal drie jaar lang zou duren. Dit impliceert een aanhoudend drukkend effect op de inflatie van de duurdere euro in de komende jaren.
Lage gasvoorraden
Wat de grondstoffenprijzen betreft, waren de olieprijzen sinds het begin van het jaar aanzienlijk gestegen. Ook de gasprijzen waren aanzienlijk gestegen, omdat het koude weer in Europa had geleid tot een snelle afname van de voorraden, waardoor nauwlettend toezicht gerechtvaardigd was.
In dit verband werd erop gewezen dat de opslagniveaus gedeeltelijk werden beïnvloed door beslissingen van particuliere bedrijven, die niet de juiste prikkels krijgen om de opslag te verhogen, gezien de vlakke termijncurve voor gas.