Olieprijs zorgt voor nieuwe inflatiezorgen ● Europa zucht onder politieke onzekerheid ● beleggers zien wel sterke bedrijfswinsten
De markten kregen gisteren een stevige dosis geopolitieke spanningen, inflatiezorgen en Europese politieke onzekerheid voorgeschoteld. Dat resulteerde in een klassieke risk-offdag. Een beetje zoals een voetbalcoach die in blessuretijd drie tegendoelpunten incasseert: ineens lijkt alles mis, terwijl het verloop van de wedstrijd vaak minder dramatisch was dan de uitslag doet vermoeden.
Olieprijs boven $100 zet markten op scherp
Het hoofdthema van de afgelopen 24 uur laat zich eenvoudig samenvatten: hogere olieprijzen, oplopende rentes en toenemende politieke onzekerheid. De prijs van een vat Brentolie steeg gisteren tot boven de $100 en piekte zelfs kortstondig boven de $102 nadat berichten verschenen over mogelijke Amerikaanse militaire opties tegen Iran en incidenten in de Straat van Hormuz. Uiteindelijk daalde de olieprijs weer iets en sloot deze licht lager. Inmiddels noteert Brent echter opnieuw ruim 2% hoger op meer dan $102 per vat.
Daarnaast drukken berichten over aanvallen van Houthi-rebellen op vliegvelden in Saoedi-Arabië het sentiment. Daarmee keert een oude bekende terug op het wereldtoneel: de vrees voor verstoringen van de mondiale energievoorziening.
Zoals vaker reageren financiële markten snel op geopolitieke spanningen. Op langere termijn blijken de economische effecten vaak beperkt, maar zolang de olieprijs stijgt, nemen de zorgen over inflatie toe. Dat zagen we gisteren duidelijk terug. Hogere energieprijzen leiden uiteindelijk tot hogere transport- en productiekosten. Vooral de dieselprijs wordt momenteel gezien als een belangrijke aanjager van inflatieverwachtingen.
Franse zorgen wakkeren nervositeit aan
Naast de olieprijs speelde ook de politieke situatie in Frankrijk een belangrijke rol. De onzekerheid blijft daar groot en de rente-opslag op Franse staatsobligaties ten opzichte van Duitse staatsleningen liep verder op tot meer dan 140 basispunten.
Dat roept herinneringen op aan de Europese schuldencrisis van ongeveer vijftien jaar geleden. Mogelijk is die vergelijking wat overdreven, maar marktsentiment wordt nu eenmaal vaak gestuurd door associaties en emoties, en niet uitsluitend door feiten.
Europese aandelen onder druk
Europese aandelen stonden gisteren stevig onder druk. De Euro Stoxx 50 verloor 1,5% en bereikte het laagste niveau in vier maanden. De bredere Stoxx Europe 600-index daalde met 1,0%.
Vooral bankaandelen kregen het zwaar te verduren. De Europese bankenindex verloor 3,4%, waarbij onder meer Société Générale, Deutsche Bank en UniCredit fors lager sloten. Beleggers vrezen dat de combinatie van politieke onzekerheid in Frankrijk en stijgende rentes de financiële sector kan raken. Hogere rentes remmen immers de economische groei en kunnen leiden tot meer faillissementen en hogere kredietverliezen.
Vooralsnog zien we hiervan echter weinig terug in de bedrijfsresultaten. De koersdalingen lijken daarom vooral het gevolg van een bekende marktreflex wanneer rentes over een breed front snel oplopen. Wij beschouwen de recente zwakte van bankaandelen dan ook vooral als een sentimentgedreven correctie en niet als een verslechtering van de onderliggende fundamenten. Om die reden handhaven we onze overwogen positie in financiële waarden binnen de ING-beleggingsstrategieën.
Defensieve aandelen bieden tegenwicht
De Zwitserse aandelenmarkt vormde een uitzondering op het negatieve Europese beeld. De SMI-index wist met 0,1% licht hoger te sluiten dankzij defensieve bedrijven zoals Roche. Op dagen waarop de risicobereidheid afneemt, blijken gezondheidszorg en andere defensieve sectoren vaak een veilige haven voor beleggers.
Toch is het beeld niet uitsluitend negatief. Deutsche Bank verwacht dat Europese bedrijven over het derde kwartaal een winstgroei van ongeveer 25% zullen laten zien. Dat ligt aanzienlijk boven de huidige consensusverwachting van 19%.
Uiteindelijk zijn bedrijfswinsten belangrijker dan het dagelijkse marktsentiment. Op langere termijn bepalen zij nog altijd de richting van aandelenmarkten.
Wall Street doet een stap terug
In de Verenigde Staten kwam gisteren een einde aan een reeks van vier opeenvolgende beursstijgingen. De S&P 500-index verloor 0,2%, een dag nadat nog een record was bereikt. Ook de Nasdaq Composite-index daalde met 0,2%.
De grootste beweging vond echter plaats op de obligatiemarkt. De rente op Amerikaanse tienjaarsstaatsobligaties steeg tijdelijk naar 5,36%, het hoogste niveau sinds 2002. Later op de dag keerde de rust enigszins terug dankzij een succesvolle veiling van Amerikaanse staatsleningen. De tienjaarsrente sloot uiteindelijk onveranderd op 5,28%, terwijl de MOVE-index met 2,5% daalde tot 102,5 punten.
Inflatie blijft de grootste zorg van de Fed
De notulen van de laatste vergadering van de Amerikaanse centrale bank (de Fed) bevestigden dat beleidsmakers nog altijd sterk gefocust zijn op inflatie. Daarbij hielp een stijging van de inflatieverwachtingen onder Amerikaanse consumenten niet mee.
Eén conclusie lijkt inmiddels onvermijdelijk: centrale banken beschouwen de strijd tegen inflatie nog altijd niet als voltooid.
Opvallend was dat de VIX-volatiliteitsindex slechts beperkt opliep en de handelsvolumes relatief laag bleven. Dat suggereert dat beleggers weliswaar nerveus zijn, maar zeker niet in paniek raken. Lage volumes kunnen marktbewegingen bovendien versterken en daardoor een vertekend beeld geven van de feitelijke marktdynamiek.
De dollar verstevigde gisteren met 0,6% tot 1,119 tegenover de euro. Voor Europese beleggers compenseerde deze beweging meer dan het verlies op de aandelenmarkten. Sinds het begin van het jaar is de dollar bijna 5% sterker geworden ten opzichte van de euro.
Vooralsnog zie ik weinig redenen waarom deze trend op korte termijn zou keren. Hoewel de Amerikaanse economie zeker niet zonder uitdagingen is, oogt het economische en politieke beeld in Europa momenteel weinig inspirerend.
Aziatische beurzen volgen de neerwaartse trend
De negatieve stemming zet zich vanochtend voort in Azië. De MSCI Asia Pacific Index verliest op het moment van schrijven ruim 1%. De Japanse beurzen behoren tot de grootste verliezers. De Nikkei-index daalt 0,7% en de Topix-index levert ongeveer 1% in. Ook Zuid-Korea (-1,7%) en Taiwan (-0,7%) noteerden lager. Opvallend genoeg werden de sterke kwartaalcijfers van Samsung Electronics met weinig enthousiasme ontvangen. Het aandeel verloor circa 1%.
In China viel de heropening na de nationale feestweek enigszins tegen. Teleurstellende consumentenbestedingen tijdens de vakantieperiode en zorgen over de waarderingen van technologieaandelen drukten het sentiment.
Daardoor lijkt de veelbesproken Chinese herstelhandel voorlopig aan kracht te verliezen. De Hang Seng-index daalt met 0,6%, terwijl de CSI 300-index 0,9% prijsgeeft.
Ook India trok de aandacht van beleggers. De centrale bank verhoogde de beleidsrente met 25 basispunten tot 5,50% en hintte daarbij op verdere verkrapping van het monetaire beleid. Die stap onderstreept dat inflatie wereldwijd een uitdaging blijft en niet uitsluitend een probleem is van de grote ontwikkelde economieën.
Inflatie opnieuw centraal op de agenda
De financiële markten worden momenteel gedreven door één fundamentele vraag: keert inflatie opnieuw terug als dominant thema?
De combinatie van een olieprijs boven de $100 per vat, een Europese gasprijs die richting €80 per megawattuur beweegt, stijgende inflatieverwachtingen en centrale banken die hun werk nog niet als afgerond beschouwen, zorgt ervoor dat obligatiemarkten scherp reageren.
Dat betekent niet automatisch dat een nieuwe inflatiegolf onvermijdelijk is. Het laat vooral zien hoe gevoelig beleggers zijn geworden voor alles wat verband houdt met prijzen, rente en inflatie.
In Europa werden de verwachtingen voor verdere renteverhogingen door de Europese Centrale Bank gisteren zelfs iets naar beneden bijgesteld. Dat suggereert dat beleggers steeds nadrukkelijker rekening houden met een economische groeivertraging als gevolg van de politieke en financiële onzekerheid.
Agenda van vandaag
In afwachting van de start van het kwartaalcijferseizoen blijft de markt voorlopig gevangen tussen twee tegengestelde krachten. Aan de ene kant staan sterke bedrijfswinsten en een redelijk veerkrachtige wereldeconomie. Aan de andere kant zorgen hogere olieprijzen, stijgende rentes en geopolitieke spanningen voor onzekerheid.
Daardoor kan het sentiment snel omslaan. Het is echter verstandig om emotie niet de boventoon te laten voeren. Sentiment beweegt doorgaans sneller dan de onderliggende economische werkelijkheid. Op de lange termijn blijken fundamenten nog altijd belangrijker dan de waan van de dag.
Goed om te weten
Beleggen brengt risico’s en kosten met zich mee. Je kunt jouw inleg of een deel hiervan verliezen. Lees meer over de risico's van beleggen.
Deze publicatie is opgesteld namens ING Bank N.V., en slechts bedoeld ter informatie. ING Bank N.V. betrekt haar informatie van betrouwbaar geachte bronnen en heeft alle mogelijke zorg betracht om ervoor te zorgen dat ten tijde van de publicatie de informatie waarop zij haar visie in deze publicatie heeft gebaseerd niet onjuist of misleidend is. ING Bank N.V. geeft geen garantie dat de door haar gebruikte informatie accuraat of compleet is. De informatie in deze publicatie kan gewijzigd worden zonder enige vorm van aankondiging. Auteursrecht en rechten ter bescherming van gegevensbestanden zijn van toepassing op deze publicatie. Overneming van gegevens uit deze publicatie is toegestaan, mits de bron wordt vermeld. ING Bank N.V. is statutair gevestigd te Amsterdam, handelsregister nr. 33031431, en staat onder toezicht van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM). ING Bank N.V. is onderdeel van ING Groep N.V.